Met de openstelling van een Provinciaal Museum voor Oudheden in 1884 legt het Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap (LGOG) het fundament voor een museale cultuur in de provincie Limburg. In 1968 draagt het genootschap de collectie in bruikleen over aan Stichting Provinciaal Museum voor Kunst en Oudheden, voortaan Bonnefantenmuseum genoemd. Het Bonnefanten is sindsdien gestaag uitgegroeid tot een echt kunstmuseum.

De collectie van het Bonnefanten heeft een duidelijke eigen signatuur, niet in de laatste plaats omdat er nauwelijks kunstenaars in vertegenwoordigd zijn die tot de categorie ‘usual suspects’ kunnen worden gerekend. Men moet lang zoeken naar de echte grote namen uit de internationale kunstgeschiedenis, die bij het grote publiek de meeste bekendheid genieten. Behoudens een enkele Brueghel, Rubens of Ai Weiwei bezit het Bonnefanten geen werk van beroemdheden zoals Rembrandt, Van Gogh, Mondriaan, Warhol of Rothko. Het eigen karakter van de Bonnefantencollectie laat zich veeleer construeren aan de hand van de oeuvres van coryfeeën zoals Jan van Steffeswert, de Meester van Elsloo, Pieter Aertsen, Pieter Coecke van Aelst, Lucas Cranach, Henri de Fromantiou, Marcel Broodthaers, René Daniels, Pawel Althamer, Thomas Hirschhorn, Roman Signer, Franz West, Mark Manders, Bethan Huws, Francis Alÿs, Paul Chan, István Csákány, Camille Henrot, Kahlil Joseph, Navid Nuur, Grayson Perry, Pierre Huyge, Peter Doig, Mary Heilmann, Joëlle Tuerlinckx, Laura Lima, Marlene Dumas, Melanie Bonajo, Tanja Ritterbex, Paloma Varga Weisz, en anderen.

Het zijn kunstenaars die een eigenzinnige en markante positie innemen, en daarmee rechtdoen aan het geloof in ‘meerstemmigheid’ c.q. in een meer diverse en pluriforme opvatting van de kunstgeschiedenis. Het beeld dat zich hiermee aftekent, is het beeld van een collectie die niet zozeer een afspiegeling is van de mainstream canon, maar veeleer die van de onderbelichte kunstgeschiedenissen en diens verborgen parels. In metaforische zin gebruiken we binnen de setting van het Bonnefanten sinds enkele jaren graag de term verborgen canon om deze specifieke oriëntatie te duiden.

Collecties oude, moderne en hedendaagse kunst 

De collectie oude kunst (pré ca. 1800) van het Bonnefanten omvat een aantal duidelijk gedefinieerde deelgebieden en één daarmee nauw samenhangende particuliere verzameling: 

  • Italiaanse schilderkunst, ca. 1300-1550 
  • Middeleeuwse West-Europese beeldhouwkunst, ca. 1300-1600 
  • Nederlandse en Duitse schilderkunst, ca. 1450-1800 
  • Collectie Neutelings. West-Europese middeleeuwse (klein)sculptuur, 12e tot 16e eeuw 
  • Maastrichts zilver, ca. 1700-1850 
  • Romaanse architectuurfragmenten, 11e tot 13e eeuw 
  • Werk op papier, 17e tot 19e eeuw 

In de kerncollectie twintigste-eeuwse kunst domineren de ensembles van internationale protagonisten op het gebied van minimalisme, conceptuele kunst en arte povera, naast een collectie moderne en hedendaagse kunst van Limburgse signatuur en de nagenoeg volledige collectie grafisch werk van architect Aldo Rossi.  

De internationale collectie hedendaagse kunst ontwikkelt zich momenteel langs drie herkenbare strategische lijnen. Allereerst gaat het daarbij om het collectioneren van referentiewerken en zaalvullende installaties die uitgesproken, eigenzinnige en voorbeeldstellende kunstpraktijken van internationaal niveau vertegenwoordigen. Op de tweede plaats tekent zich binnen de collectie een lijn af die samenhangt met de nieuwe, pro-actieve oriëntatie van het museum op de niet-Westerse regio’s en hun contemporaine kunstpraktijken, die onder andere via de tweejaarlijkse Bonnefanten Award for Contemporary Art (BACA) gestalte krijgt. De derde lijn in het verzamelbeleid heeft betrekking op het continueren van onze aandacht voor kunstenaars uit onze eigen regio.