Dit eerste grote Nederlandse én Europese retrospectief is niet alleen een postuum eerbetoon aan Kilgallen, maar ook een pleidooi om deze uitzonderlijke kunstenaar de plaats in de canon te geven die ze verdient. Kilgallen was hard op weg een kunstenaar van nationaal en internationaal belang te worden, toen ze in 2001 op haar 33e aan de gevolgen van borstkanker voortijdig overleed. Hoewel ze hierdoor nooit in Europa doorgebroken is, is ze wel bepalend geweest voor de kunstwereld van de Amerikaanse West Coast. Haar relatie met en inspiratie op de toenmalige subculturen van surfers en graffitikunstenaars, haar liefde voor vakmanschap en street art, én haar linken met volkskunst bepalen haar werk en betekenis.  

De tentoonstelling is in 2019 samengesteld door Courtenay Finn voor het Aspen Art Museum en reisde daarna door naar het moCa Cleveland. Het Bonnefanten is trots om deze belangrijke tentoonstelling naar Nederland te halen en het grote publiek kennis te laten maken met Kilgallen.

that’s where the beauty is.

that’s where the beauty is. toont de verbluffende visuele complexiteit van Kilgallens korte carrière en belicht de belangrijkste thema’s die haar gelaagde praktijk kenmerken. Aan de hand van Kilgallens tentoonstellingsgeschiedenis wordt het publiek chronologisch door de ruimte geleid. De tentoonstelling gaat in op haar wortels in de lange geschiedenis van de prentkunst, Amerikaanse ‘folk’ en folklore, en feministische representatie strategieën. Haar oeuvre kent twee kanten. Aan de ene kant maakte ze vele tekeningen op papier (vaak schutbladen van boeken), hout en andere goedkope, gevonden materialen. Deze werken zijn vaak iets kleiner. Anderzijds zijn er de street art werken die ze realiseerde in de openbare ruimte, waaronder parkeergarages, winkelpuien en treinen. De vergankelijkheid van de gebruikte materialen en de veranderlijkheid van de openbare ruimte maakte haar oeuvre kwetsbaar.

Kilgallens esthetiek kent nostalgische en folkloristische kanten. Haar werk is sterk beïnvloed door de typografie van het oude Wilde Westen en de stijl van muralisten uit verschillende Latijns-Amerikaanse landen. Haar onderwerpen zijn vaak de beelden en mensen die ze om zich heen zag. Daarbij werd ze gedreven door een sterk sociaal engagement, zoals blijkt uit de vele referenties aan verschillende subculturen en gemeenschappen in San Francisco, zoals de Latijns-Amerikaanse cultuur, de LHBTIQ+ gemeenschap, de Native American gemeenschap, en de street art en surfer subculturen. Kilgallen benaderde deze maatschappelijke onderwerpen altijd vanuit haar eigen ervaringen en haar beleving van de wereld om haar heen. Zoals ook te zien is in de documentaire Place van Art21, de film die tevens vertoond wordt in de tentoonstelling.

Een bijzonder kunstwerk in de tentoonstelling is de immense installatie Main Drag, die bestaat uit meerdere bewaard gebleven paneelschilderingen en gereconstrueerde muurschilderingen.

Margaret Kilgallen

Kilgallen werd in 1967 geboren in Washington D.C. en groeide op in het stadje Kensington in Maryland. Ze volgde haar belangstelling voor kunst en behaalde in 1989 een bachelorgraad in grafische technieken aan Colorado College. Hierna verhuisde ze naar San Francisco, waar ze een zwak ontwikkelde voor de handgeschilderde uithangborden, kleurige muurschilderingen en handgemaakte reclamevormen van de stad. Ze ging als boekrestaurateur werken bij de openbare bibliotheek van San Francisco, studeerde typografie en pakte grafiek op als medium: ze verdiepte zich in houtsnede, boekdruk en traditionele schildertechnieken voor uithangborden, die allemaal een centrale rol zouden gaan spelen in haar kunstpraktijk.

Het landschap van California en de stad San Francisco waren een inspirerende omgeving voor Kilgallen. Ze woonde in Mission, een Latijns-Amerikaanse buurt met een rijk verleden aan publieke kunst en creatieve expressie, en werd daar ondergedompeld in de artistieke gemeenschap die bekend werd als de Mission School. Ze werkte er samen met kunstenaars die haar liefde voor handgemaakte producten deelden; onder andere haar echtgenoot Barry McGee, Chris Johanson, Alicia McCarthy, en Ruby Neri. Kilgallen werkte zowel binnen als buiten en wilde haar werk toegankelijk maken voor een groter publiek. Ze vervaardigde installaties ter plaatse voor tentoonstellingen, maar ook buiten in de publieke ruimte. Ze maakte muurschilderingen, T-shirts, tekende platenhoezen en creëerde haar eigen ‘zines’ en kunstenaarsboeken vanuit de overtuiging dat alle uitings- en verspreidingsvormen even belangrijk waren. Kilgallen vond het geweldig om de menselijke hand in de wereld te zien en vermeed het gebruik van een computer of projector om haar werk te maken. Ze deed mee aan de traditie om treinen en goederenwagons te voorzien van haar naam of tag in krijt, om zo haar eigen stempel op de wereld te drukken.

Haar werk was onderdeel van verschillende groepstentoonstellingen in onder andere het Art Institute San Francisco (1995), Yerba Buena Centre for the Arts in San Francisco (1997&1998), The Institute of Contemporary Art in Boston (1999) en het Los Angeles County Museum (2000). In 1999 had ze haar eerste grote solotentoonstelling in Deitch Projects in New York City. In 2000 kreeg ze haar eerste museale solotentoonstelling in het Hammer Museum te Los Angeles. Postuum werd haar werk opgenomen in de Whitney Biënnale van 2002. Het Bonnefanten haalt met that’s where the beauty is. een belangrijke tentoonstelling van een onderbelichte maar invloedrijke kunstenaar naar Nederland en geeft daarmee invulling aan zijn rol als signalerend museum.

Publicatie

Bij de tentoonstelling verschijnt de gelijknamige Engelstalige catalogus Margaret Kilgallen: that’s where the beauty is., uitgegeven door het Aspen Art Museum in samenwerking met het Bonnefanten. De catalogus is voor €32,50 verkrijgbaar in onze museumshop en online.

DOWNLOAD PERSMAP