Opstelling van de werken


Beginnend bij de binnentoren op de tweede verdieping, beslaat de tentoonstelling de gehele rechtervleugel. Hieronder ziet u , corresponderend met de zaalnummers, welke werken waar staan opgesteld.
 

U kunt hier ook het zaalboekje downloaden waarin de opstelling van tentoonstelling ook is verduidelijkt.


Zaal 1:


Meubel-ontwerpen
Martin Visser ontwierp een aantal ijzersterke meubels die nu al tot de klassieken van de Nederlandse vormgeving behoren en waarvoor hij meerdere oeuvreprijzen ontving. Ontwerpen uit zijn tijd bij meubelfabrikant het Spectrum zijn technisch geraffineerd en sober van vorm. Zijn late ontwerpen, die in samenwerking met (textiel)ontwerper Joke van der Heijden ontstonden, zijn vrijer in materiaalgebruik en vorm en vaak uniek of in kleine oplagen geproduceerd. De betonnen tegels verwijzen naar de stoeptegels die architect Aldo van Eyck in diverse maatvoeringen in en om het huis Visser liet leggen.
Zaal 2:

De Postmoderne tijd
Vanaf halverwege de jaren zeventig en na het overlijden van Mia Visser (1977), richtte Martin zijn aandacht, samen met zijn tweede vrouw Joke van der Heijden, op sleutelfiguren van het postmoderne tijdperk. Het betekende een terugkeer naar Duitse expressieve schilder- en beeldhouwkunst van met name Anselm Kiefer en A.R. Penck. Tijdens zijn jaren als hoofdconservator van het Rotterdams museum Boijmans-van Beuningen (1978-1983) leidde kennismaking met het werk van Sigmar Polke, Jenny Holzer en Daan van Golden tot aankopen voor zijn privécollectie. 
Zaal 3:

De eerste...
Visser kocht in de jaren direct na de tweede wereldoorlog veel werk van met name Karel Appel en Constant. Toen het gezin Visser in 1955 naar Bergeijk verhuisde en de krap bemeten villa betrokken die Gerrit Rietveld voor ze had ontworpen, bleken Rietvelds architectuur en CoBrA elkaar eigenlijk uit te sluiten. In 1958 verkocht en verruilde Visser zijn hele CoBrA-collectie – de grootste destijds in Nederland – en verwierf een reeks van witte panelen van de Italiaan Piero Manzoni. Daarna volgde in hoog tempo werken van Fontana en van kunstenaars van het Nouveaux Realisme zoals Christo, Arman en Raysse. Sindsdien richtten Martin en Mia Visser hun aandacht volledig op internationale kunstontwikkelingen.

en laatste aankopen
De optimistische jaren tachtig; de perspectiefwisselingen en marktgedreven versnelling in de kunstactualiteit is zichtbaar in de collectie met werken van onder meer Haring, Basquiat en Condo. Ook Geertjan kocht werken van deze kunstenaars. Met sommige kunstenaars zoals Anselm Kiefer, Daan van Golden en outsider Eugène Leroy verdiepte met de jaren het persoonlijk contact, maar langzaam maar zeker werd het netwerk van relaties, zoals ook de kunstwereld zelf, diffuser.
Zaal 4 & 5:

Europese conceptuele kunst 
Als Martin Visser de persoon van de kunstenaar niet op een of andere manier met diens werk kon 'matchen' dan haakte hij meestal af. Dat gebeurde eveneens als het werk zo'n hoog conceptueel gehalte had dat hij nauwelijks nog zoiets als 'de sturende hand van de maker' kon zien. Dat laatste gold klaarblijkelijk ook voor twee kunstenaars waarmee Visser jarenlang in contact stond: Joseph Beuys en Marcel Broodthaers. In weerwil van de grote invloed die hij ze op de kunstwereld toedichtte, zijn deze kunstenaars mondjesmaat in de collectie vertegenwoordigd. Blijkbaar ging de liefde voor andere kunstenaars dieper, getuige de vele werken in de collectie van Panamarenko en Richard Long.
Zaal 6:

Leven met kunst / leven in kunst
Was Martin Visser eenmaal overtuigd van een kunstenaar, ontwerper of architect dan was zijn vertrouwen onbegrensd en onvoorwaardelijk. Daarvan getuigt het compromisloze karakter van het inmiddels tot rijksmonument verklaarde woonhuis in Bergeijk dat in 1955 werd uitgevoerd naar een ontwerp van Gerrit Rietveld, met een forse aanbouw in 1968 door Aldo van Eyck. In de jaren tachtig ondernamen Martin en Joke Visser een poging tot een derde aanbouw. Rem Koolhaas werd gepolst en Coop Himmelb(l)au bereikte het stadium van maquette.
De maquette in deze zaal - speciaal gemaakt door Steven van de Berg- laat zien dat het huis in feite niet was ontworpen om er een collectie in tentoon te stellen. De Vissers beschouwden het huis niet als een vehikel voor de collectie, maar als onderdeel ervan.
Zaal 7 - 10:

Perspectieven op tekenen
 
De werken op papier vormen het eigenlijke hart van de collectie Visser. Van gemiddeld hoge kwaliteit en zeldzaam samenhangend en compleet, schetst deze collectie tekeningen een beeld van veranderende artistieke opvattingen tussen 1950 en 1970. De tekeningen zijn losjes onder te brengen in vier categorieën:
1. de klassiek-formele tekening met fraaie lijnvoering en een centraal motief
2. de ritualistische tekening met bezwerende repetitie van vormen, letters of cijfers
3. de beeldhouwerstekening, een praktische werktekening die aan een sculptuur of installatie ten grondslag ligt
4. de schets, losse improvisatie op papier

kunstenaarsbrieven en ansichtkaarten
De relatie verzamelaar-kunstenaar komt wellicht het best tot uitdrukking in de uitgebreide correspondentie. Mede op basis van deze briefwisseling kon de verzamelgeschiedenis van de Vissers nauwgezet worden achterhaald en geboekstaafd in een oeuvrecatalogus ('The collection Visser at the Kröller-Müller museum, 2000). De hier getoonde correspondentie behelst naast brieven en ansichtkaarten ook rekeningen, uitnodigingskaarten, brochures en archieffoto's. 
Zaal 11:

Amerikaanse minimal kunst made in Bergeijk
De Amerikaanse minimal art kreeg in Nederland, mede dankzij de inspanningen van de Visser razendsnel voet aan de grond. De kennismaking in 1967 met de 'vloertegels' van Carl Andre bracht, zoals eerder Manzoni, een tweede aardverschuiving in de collectie op gang. Minimal-kunstenaars van het eerste uur kwamen naar Bergeijk om een werk voor de collectie te ontwikkelen om deze vervolgens bij de plaatselijke metaalfabriek Nebato te laten produceren. Martin en Mia Visser traden daarbij op als bemiddelaars tussen fabrikant en galeries en musea in Europa. Vissers Rietveld-Aldo van Eyck-huis werd zo een pleisterplaats voor kunstenaars, museummensen, architecten en ontwerpen uit de hele wereld.

Eigen collectie Bonnefantemuseum in relatie tot Martin Visser

Deze rechtervleugel op de tweede verdieping is ingericht met de eigen collectie van het Bonnefantenmuseum, uitgezonderd de laatste (kop)zaal met een grootschalig werk van Ellsworth Kelly uit de collectie Visser. Het museum deelt met de Vissers een geestverwante oriëntatie op de Duits-Belgische as: Düsseldorf-Keulen-Antwerpen-Brussel.

Lees hier verder

COOKIES
Deze website maakt gebruik van cookies.
Dankzij de cookies kunnen wij met Google analytics de site steeds verder verbeteren.
Er worden geen persoonlijke gegevens opgeslagen.

Wilt U Cookies toestaan?