Pierre Kemp



Op 1 december 1886 geboren in Maastricht als zoon van een molensteenkapper, die aardewerk- en porseleindrukker werd, trad de jonge Pierre na zijn lagere-schooljaren in 1900 als leerling-plateelschilder in dienst van de fabriek waar ook zijn vader werkte, de Société Céramique, op het uitgestrekte terrein waar nu onder andere het Bonnefantenmuseum is gevestigd. Een jaar later liet hij zich inschrijven aan het Stadsteekeninstituut in de voormalige Augustijnenkerk (den Awwestiene), waar hij vijf jaar lang avondlessen volgde in het vak Handtekenen.

Nadat hij aan het eind van het cursusjaar 1905-1906 de eerste prijs had behaald voor ornamenttekenen en de tweede prijs voor handtekenen, werd hij toegelaten tot de door Robert Graafland (1875-1940) in het leven geroepen Zondagsschool voor Decoratieve schilderkunst, bestemd voor de meest getalenteerde leerlingen. In Graaflands schilderklas kwam de nu bijna twintigjarige Kemp te verkeren in het gezelschap van onder anderen Henri Jonas, Jan Grégoire, Charles Hollman, Edmond Bellefroid en later Jos Postmes.

Vanaf april, wanneer de wintercursus afgelopen was, beoefende de 'klas van Graafland' de plein air-schilderkunst in het landschap ten zuiden van de Société Céramique. In de ruimtelijke indeling van vandaag hebben we het dan over Randwyck en Heugem.

Eind februari 1913, verliet de toen zesentwintigjarige Pierre Kemp voorgoed de Société Céramique. Zijn bevrijding had hij te danken aan de jezuïetenpater Jos van Well, die onder zijn vele relaties financiële middelen had gevonden om zijn beschermeling een jaar lang te laten werken aan de verdere ontwikkeling van zijn schilderkunstig talent. Samen met zijn dichtende en tekenende broer Mathias exploreerde Pierre Kemp de landelijke omgeving van Maastricht ook graag nog wat verder in oostelijke en zuidoostelijke richting, de heuvels van Keer en Bemelen in.

Economisch succes lag voor de jonge schilder echter niet in het verschiet. Daarom zette hij vanaf 1914 al zijn kaarten op het schrijven van gedichten en verhalen, een terrein waarop hij zich sinds een jaar of vijf eveneens bewoog. Vanaf 1 december 1916, zijn dertigste verjaardag, combineerde hij zijn literaire bedrijvigheid met een baan op het loonbureau van de steenkolenmijn Laura & Vereeniging in Eygelshoven.

Belangrijk voor zijn ontwikkeling werden de late jaren twintig, toen Pierre Kemp als dichter 'eindelijk' zijn karakteristieke stijl vond en de vader werd van een uniek dichterlijk oeuvre. Daardoor gesterkt, zo lijkt het, legde hij zich tussen 1929 en 1936 ook weer toe op het schilderen. Daarna ging hij volgens eigen zeggen in staking en legde hij palet en penselen voorgoed aan de kant.

Kemps schilderwerk, met name uit de periode 1929–1936, is in het Bonnefantenmuseum meer dan eens getoond. Voor het laatst in 2010, ter gelegenheid van het verschijnen van Wiel Kusters' biografie van de dichter: Pierre Kemp. Een leven.

De werken op papier, merendeels schetsen en studies, die het Bonnefantenmuseum nu voor het eerst laat zien, dateren uit de jaren 1905 tot en met 1913. Uit de periode dus dat Pierre Kemp deel uitmaakte van de klas van Robert Graafland en uit het latere zogenaamde schilderjaar, toen hij de Société Céramique achter zich had gelaten.

Dit werk is niet alleen interessant voor wie er het artistieke aspect in zoekt, maar zeker ook voor wie geïnteresseerd is in de landschapsgeschiedenis van de omgeving van Maastricht.

Een bijzonder onderdeel van de expositie is het drietal schetsboekjes dat bewaard is gebleven uit 1906–1907. Een hiervan wordt ter gelegenheid van de expositie De hand van Pierre Kemp: Studies, schetsen, werken op papier door het Bonnefantenmuseum als facsimile uitgegeven, met een uitgebreide toelichting door Wiel Kusters, die ook optreedt als gastconservator van de tentoonstelling.

(Tekst: Wiel Kusters, juli 2017) 
COOKIES
Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u cookies toestaan?