Wintertuin
18.03.2011 – 19.06.2011
Tijdens TEFAF 2011 : een selectie moderne meesterwerken uit de musea van Luik in het Bonnefantenmuseum
Download hier het zaalboekje als pdf.
In aansluiting op
Jardin d'hiver zal op 18 maart 2011 in Maastricht
Wintertuin worden geopend. Daarin zijn de highlights te zien uit de collectie klassiek modernen van de stad Luik gaande van Ensor, Gauguin, Léger tot Picasso.
Voor het eerst is er een uitwisseling tussen de collecties van de stad Luik en het Bonnefantenmuseum. Hoe dicht Maastricht en Luik ook bij elkaar liggen de culturele- en vooral taalverschillen beletten maar al te vaak een goed onderling contact. Na een presentatie van de collectie van het Bonnefantenmuseum bij de buren is het nu de beurt aan hen.
De collectie van de klassiek modernen is van uitzonderlijk niveau maar kan nog niet bogen op een grote bekendheid. De TEFAF 2011 biedt ons een uitstekende gelegenheid om het grote publiek, maar ook de professionals kennis te laten maken met deze 'juwelen' uit Luik.
Ze zijn samengebracht vanaf de twintigerjaren van de vorige eeuw en danken hun samenhang mede aan een tweetal in het oog springende acties van destijds. Het betreft de (gedeeltelijke) donatie aan de Franse Gemeenschap van België , in langdurig bruikleen bij het Musée d'art Wallon, van de particuliere collectie van Fernand Graindorge, een verzamelaar van Europees formaat en lange tijd de gangmaker van de kunst in en om Luik. Een tweede actie is de verwerving van negen doeken uit de beroemde veiling in Luzern in 1939 van de zogeheten 'Entartete Kunst', de kunst die door het regime van Adolf Hitler als verdorven werd bestempeld. De doeken van onder andere James Ensor, Marc Chagall, Paul Gauguin en Pablo Picasso hebben we hier aan te danken.
Met Wintertuin presenteert het Bonnefantenmuseum een veertigtal klassieke meesterwerken uit de collecties van de stad Luik en de Franstalige Gemeenschap van België, waaronder een zevental werken van uitzonderlijke kwaliteit, die bekend staat als de 'Belgische nationale schat' (Chagall, Ensor, Gauguin, Kokoschka, Liebermann, Marc, Picasso).
Te zien is een selectie van grote namen van het Franse- en Belgische pre-impressionisme en impressionisme tot en met vertegenwoordigers van de 'Ecole de Paris' uit het eerste kwart van de afgelopen eeuw met werk van onder andere Monet, Pissarro, Ensor, Van Rysselberghe, Signac, Picasso, Chagall, Marc, Kokoschka, Gauguin, Léger en Arp. Hierbij in chronologische volgorde een greep uit Wintertuin met de beschrijving van enkele centrale werken in de opstelling.
James Ensor 1860 - 1949
L'Hôtel de Ville de Bruxelles (1885) is een van de zeldzame stadsgezichten van Ensor. Het compositorische spel met de daken en façades is vrij opmerkelijk, maar wat vooral opvalt zijn de geometrische vierkante vlakken in de primaire kleuren op de openbare aanplakwand links onder op het doek. Met deze vierkanten in primaire kleuren, introduceert Ensor in dit qua kleurstelling vrije klassieke schilderij, de avant-garde.
Een ander schilderij geldt meer als voorbeeld voor Ensors groteske periode die begint eind jaren 1880, waarin als een logisch gevolg, het macabere en bespottelijke van het menselijk lot in zijn werk verschijnen.
La Mort et les Masques (1897) verbeeldt de dood met een wankele kaars in de hand , omringt door zeven maskers. Het thema van de dood keert terug in de lucht, waar twee skeletten levendig een luchtballon najagen. De maskers, chinoiserieën en schelpen bij James Ensor verwijzen direct naar de uitgebreide santenkraam in de souvenir winkel van zijn ouders in Oostende.
Théo van Rysselberghe 1862 - 1926
Net als James Ensor, behoorde ook Van Rysselberghe tot de 'Cercle des XX', een groep kunstenaars die het academisme afwees en op zoek ging naar de toenmalige avant-gardes. Vanaf 1883 organiseerden zij jaarlijks een tentoonstelling met twintig exposanten van buitenaf. De twee werken van Van Rysselberghe in Wintertuin zijn een goed voorbeeld van zijn uitzonderlijke talent voor het genre portret.
Les sœurs du peintre Schlobach uit 1884 is een compositie met een achtergrond in vele grijstinten , vol exotische verwijzingen (waarschijnlijk vanwege een recent verblijf van de kunstenaar in Marokko in de tijd voorafgaande aan het maken van dit werk). In tegenstelling tot de rijke textuur, het getemperd licht, en de suggestie van beweging in de stoffen en tapijten, onderscheiden de twee centrale figuren zich door hun statische houding en sobere uitdrukking.
Een ander werk,
La Dame en blanc – Portrait de Mme Théo van Rysselberghe, uit 1904, toont zijn affiniteit met het neo-impressionisme van Seurat, zonder dat hij zich volledig tot het pointillisme bekeert. Dit schilderij maakt deel uit van een reeks portretten van schrijvers en kunstenaars waarmee Van Rysselberghe een nauwe band onderhield. Het betreft hier een portret van zijn vrouw, die tevens de uitgever was van de catalogi van de 'Cercle des XX' en van het tijdschrift 'l'Art Moderne'. Het boek in haar hand verwijst naar haar nauwe betrokkenheid bij kunst, literatuur en het uitgeversbedrijf.
Paul Gauguin 1848 - 1903
Le Sorcier d'Hiva-Oa ou Le Marquisien à la cape rouge (1902) is een van de laatste schilderijen die Gauguin kort voor zijn dood in 1903 maakte. De centrale figuur is herkend als de tovenaar en tevens de beste danser op Hiva-Oa, het eiland waar de schilder de laatste twee jaren van zijn leven verbleef, op de vlucht voor de oprukkende verwesterlijking van Tahiti. Deze persoon heeft Gauguin ingevoerd in de lokale tradities en gewoontes van het eiland. Le Sorcier d'Hiva-Oa maakt deel uit van een serie portretten van 'vrouwelijke' mannen, met androgyne kenmerken, die veel voorkwamen in de Polynesische maatschappij. Het tafereel dat zich afspeelt tussen de drie personages heeft een zekere raadselachtigheid, en concentreert zich op de linkerzijde terwijl een serene natuurscène de rechterkant van het doek beslaat.
Pablo Picasso 1881 - 1973
La famille Soler (1903) is een werk in opdracht gemaakt door Picasso voor zijn kleermaker, in ruil voor enkele kostuums. Het was oorspronkelijk een deel van een triptiek tezamen met de portretten van Monsieur en Madame Soler. Dit werk is ook bekend onder de titel Le déjeuner sur l'herbe de la famille Soler, een verwijzing naar het werk van Edouard Manet. Het onderscheidt zich echter (onder andere) van Manet's thematiek door de aanwezigheid van een wapen, een weitas en een haas ; het verwijst duidelijk naar een jachtpartij. Aan het begin staand van zijn 'blauwe periode', en woonachtig in Barcelona, schilderde Picasso een reeks portretten van vrienden en mensen uit zijn naaste omgeving. Dit groepsportret is gemaakt naar een foto en niet naar model, wat de enigszins starre houding van de personages verklaart. De achtergrond is uniform smaragdgroen/blauw, (na enkele overschilderde kubistische pogingen, linksboven op het doek, achter het hoofd van Madame Soler), een verwijzing naar de achtergronddoeken die toen gangbaar waren in de fotostudio's.
Oskar Kokoschka 1886 - 1980
Monte-Carlo, 1925, maakt deel uit van een ensemble dat ontstond tussen de talrijke reizen die Kokoschka ondernam tussen 1924 en 1931. In die tijd kiest hij voor het genre landschap en stelt Monte-Carlo voor als een mondaine badplaats. De personen vooraan onderaan het doek, met hun zorgvuldig gekozen fysionomie, laten zien hoe getalenteerd de schilder was als portretschilder. Door het gebaar van verstandhouding tussen de twee protagonisten worden hun innerlijke leven en gevoelens een beetje onthult. Het werk, al in 1926 verworven door het Museum van Frankfurt , werd in 1937beschouwd als 'Entartet' en weggehaald; Kokoschka voldeed niet aan de normen van het toen geldende conservatisme en academisme.
Wintertuin is een initiatief van Laurent Jacob, directeur van Espace 251 Nord, en het resultaat van een samenwerking met het Bonnefantenmuseum, het MAMAC (Musée d'Art Moderne et d'Art Contemporain de la Ville de Liège) en het Musée de l'Art Wallon in Luik. In samenwerking met Alexander van Grevenstein, directeur van het Bonnefanten en samensteller van de tentoonstellingen. Wintertuin is een project van Espace 251 Nord en de Stad Luik in het kader van 'Liège Culture Metropolis 2010', met steun van de Belgische Voorzitterschap op de Europese Raad en hulp van de Franse Gemeenschap van België.
Wintertuin is te zien tijdens TEFAF 2011.
Download hier het zaalboekje als pdf.
*
Gratis entree
Speciaal tijdens de tentoonstellingen
Wintertuin en
Jardin d'hiver in het MAMAC kunt u met een geldig entreebewijs ook gratis naar het Bonnefantenmuseum. En vice versa wanneer u het Bonnefantenmuseum bezoekt, is uw kaartje ook nog geldig voor de tentoonstelling in het MAMAC. Geldig t/m 19 juni 2011.