Michael Krebber heeft sinds midden jaren tachtig in Duitsland naamsbekendheid gekregen als assistent en alter ego van de omstreden Duitse kunstenaar Martin Kippenberger (1953-1997). Als Kippenberger de brutale, satirische commentator van kunstwereld en politiek was, zo zegt men, dan was Krebber de beheerste maar invloedrijke conceptualist achter de schermen. Krebber wees als jonge kunstenaar de neo-expressionistische esthethiek van o.a. Lüpertz en Baselitz af ten gunste van een meer ironische benadering van bronnenmateriaal zowel uit de zogeheten ‘hoge’ als ‘lage’ cultuur. Zijn deconstructie van het medium leidde ertoe dat de notie van het schilderkunstige vrijwel volledig uit zijn werk verdween.
Het museum verwierf in 2006 een ensemble van schilderijen van Krebber onder de verzameltitel ‘Flaggs (Against Nature)’ uit 2003. Dit werk bestaat uit kinderdekens waarop een paard is afgedrukt en gordijnstof (van de rol) in diverse dessins (stippen en blokjes in diverse afmetingen). Het zijn doeken die niet zijn beschilderd, of verder enige artisticiteit bezitten, behalve dat ze zijn opgespannen op een spieraam. Ze kunnen gezamenlijk worden getoond of in delen.
De werkwijze van het toeëigenen van bestaande beelden is niet nieuw. Sinds Marcel Duchamp (1887-1968) en de naoorlogse Pop Art is deze werkmethode niet meer weg te denken uit de kunst en heeft in de jaren tachtig tot allerlei postmoderne vormen van ‘appropration’ geleid. Ofschoon ‘Flaggs (Against Nature)’ ons schijnbaar eenvoudige bestaande figuratieve en abstracte beelden toont, steekt er een behoorlijk complexe denkwereld achter die zich niet gemakkelijk laat ontrafelen. Het systeem van codes ingebed in Krebbers artistieke praktijk is namelijk zorgvuldig afgestemd op een specifiek Duitse naoorlogse schilderkunsttraditie.
Voor ingewijden in de kunst zijn het materiaalgebruik, de serialiteit, het blok- en stippenpatroon en het galopperende paard - dat ook negatief en op z’n kop verschijnt en telkens licht verplaatst ingeraamd is – even zovele betekenisvolle aanwijzingen en verwijzingen. ‘Flaggs (Against Nature)’ verschijnt dan als een intens ‘gesprek’ over Duitse Romantiek (Kaspar David Friedrich); het schilderkunstig oplossen van vorm (Baselitz); schilderkunst en conceptualiteit (Sigmar Polke) tot burgerlijke huiselijkheid (Rosemarie Trockel) en kunst en gender (Cosima von Bonin). Zo bezien betreft Krebbers werk in essentie een uitputtende en eindeloze maar blijkbaar noodzakelijke retorische discussie over het belang en de (on)mogelijkheid van schilderkunst als een conceptuele discipline.
Deze website maakt gebruik van cookies.
Dankzij de cookies kunnen wij met Google analytics de site steeds verder verbeteren. Er worden geen persoonlijke gegevens opgeslagen.