Kunstrondleiding in het provinciehuis
17 februari 2011
door conservator
Ad Himmelreich.
Klik
hier voor een videopresentatie van het Provinciehuis.
Provinciehuis Limburg
Bouwgeschiedenis
Het huidige provinciehuis van Limburg, ook wel bekend als het gouvernement aan de Maas, werd gebouwd in de periode maart 1983 tot oktober 1985. Koning Beatrix verrichte de officiële opening op dinsdag 22 april 1986. Het provinciehuis is gebouwd in het stadsdeel 'Randwyck'. Randwyck was een naam van een 18de eeuws bastion, dat onderdeel uitmaakte van de Maastrichtse vestingwerken.
Het oude provinciehuis was te klein en hierdoor niet meer functioneel. De ambtelijke diensten werkten in verschillende gebouwen, waardoor niet meer efficiënt (samen)gewerkt kon worden. Dit resulteerde in de bouw van een nieuw provinciehuis. Het feit dat het provinciehuis ook wel het 'gouvernement' wordt genoemd kent een relatief lange geschiedenis. Tot 1794 werd de provincie bestuurd door een militaire Gouverneur des Konings. Deze zetelde in een gebouw, genaamd het 'Gouvernement'. Ten tijde van de Franse bezetting nam de Commissaris der Koningen zijn intrek in dit 'Gouvernement'. Deze ambtsdrager werd derhalve ook 'Gouverneur' genoemd. De gebouwen die daarna in het kader van het Provinciaal Bestuur zijn gebouwd hebben vervolgens ook de naam Gouvernement gekregen.
Architectuur
Bij de bouw van het provinciehuis is het openbaar bestuur in eerste bepalend geweest voor de wijze waarop het provinciehuis is geconstrueerd. Het feit dat het provinciehuis aan de Maas is gebouwd, valt te verklaren doordat de rivier, het landschap en de historie van de provincie in sterke mate heeft bepaald. Het bestemmingsplan voorzag echter in eerste instantie niet in de bouw van een provinciehuis aan de Maas. Bovendien mocht vanuit stedenbouwkundig oogpunt maar tot een bepaalde hoogte worden gebouwd en bovendien diende het gebouw in de omgeving te passen.
Doordat het provinciehuis in de uiterwaarden van de maas werd gebouwd, diende enkele waterbouwkundige bouwwerken uitgevoerd worden. Het graven van een geul, om bij hoogwater, de waterafvoer te kunnen blijven garanderen is hier een voorbeeld van. Door het graven van de geul is ook het eiland (St. Pieterseyland), ontstaan, waar een deel van het complex op is gebouwd.
Om het gebouw niet te volumineus te laten worden, heeft het architectenbureau voor een bepaalde methodiek gekozen. Het gebouw is verdeeld in verschillende elementen, die vervolgens aan elkaar zijn geschakeld en gegroepeerd rond trappenhuizen. Hier hebben de 3 centrale functies van het bestuursgebouw, de kantoorfunctie, bestuursfunctie, en de laboratoriumfunctie een plaats in kunnen nemen. Doordat het gebouw in verschillende elementen is verdeeld, kon in de hoogte worden gevarieerd, waardoor het gebouw niet te volumineus werd, leesbaar bleef, en in haar omgeving paste.
Aan de binnenkant is de architectuur in de Statenzaal en Feestzaal erg opvallend. Het betreft hier de Arabische architectuur, waarbij gebruik is gemaakt van een zuiver meetkundige samenstelling van lijnen en vormen, waardoor een harmonisch lijnenspel kan worden gezien. De Feestzaal is qua vormgeving bijna identiek aan de Statenzaal. Het lijnenspel loopt hier zelfs door in de bestrating van het terras aan de zijde van de Maas.
Kunst
Het provinciehuis bezit verschillende kunstwerken. De meest in het oogspringende kunstwerk, bevindt zich aan de weerszijden van de Stateningang. In opdracht van het Provinciaal bestuur, geeft de Amsterdamse kunstenares Gerti Bierenbroodspot een voorstelling van de geschiedenis van Limburg. Dit doet ze aan de hand van zes panelen, waar nader wordt ingegaan op zes thema's uit de geschiedenis van Limburg. Ieder paneel is bekroond met een wapen dat is ontleend aan de serie "Operarri". Dit staat voor de romaanse, twaalfde-eeuwse kapitelen van ambachtslieden uit de St. Servaas te Maastricht. De verschillende panelen hebben symbolen zoals het stadwapen, bisschopsteken, burcht en heraldiek. De zes thema's die naar voren komen zijn de Slag bij Woeringen, de Heiligen, Het beleg van Maastricht, de Koningen en Koninginnen, de Gouverneurs en tenslotte de Limburgse Folklore, kunsten en wetenschappen.
Daarnaast zijn er nog talloze kunstwerken in het Gouvernement te vinden. Het zijn grotendeels kunstwerken die door Limburgse kunstenaars zijn verzorgd. Zo verzorgde Arthur Spronken het borstbeeld van Koningin Beatrix, Daan Wildschut het provinciewapen in reliëf bij de bestuursingang, Rien Derks twee naakten-in-brons (Dageraad en Dubio), Xander Spronken een smeedijzeren boom en Han van Wetering is verantwoordelijk voor de bronzen panelen op de deuren bij de entree van het Statengebouw.
Verbinding architectuur en provinciaal bestuur
Het provinciehuis in Maastricht tracht uit te stralen dat het een bestuursgebouw betreft. De prominente ligging aan de Maas en de zichtbaarheid van het Forum geven hier invulling aan. De afwijkende vorm van het Forum geeft aan dat het een 'bijzonder' gebouw betreft.
Het gebouw heeft een aantal uiterlijke kenmerken, die gelieerd zijn aan de stad Maastricht. Deze trachten een verbinding te leggen tussen de burger en het openbaar bestuur (lees: provinciaal bestuur). Het gebruik van baksteen, schuine daken en lessenaardaken zijn hier duidelijke voorbeelden van.
Naast deze architectonische kenmerken kent het provinciehuis een aantal opvallende kunstwerken, waarbij een relatie met het openbaar bestuur wordt gelegd. Hierbij dienen met name de "Salle des Pas Perdus" (letterlijk vertaald: "De gang van de verloren stappen") en de kunstwerken 'Dageraad en Dubio' te worden genoemd. De laatstgenoemden zijn twee (imperfecte) naakten in brons en verwijzen naar de provinciaal bestuurder, die in wezen ook imperfect is. Hij of zij dient daarom scherp en helder het gebouw te betreden, om zodoende haar of zijn taak goed te kunnen uitvoeren.
Achter grote deuren ligt vervolgens de Feestzaal, met rond de Feestzaal een schilvormige gang: de "Salle des Pas Perdus" genoemd. Deze 'wandelgang' is door de architect op een dusdanige wijze geconstrueerd, dat het geluid gedempt wordt. Hierbij in het achterhoofd houdend, dat juist in deze wandelgangen vaak op hoog niveau overleg plaatsvindt en de uitkomst van een dergelijk overleg, in beginsel binnenskamers blijft.
Een andere symbolische verwijzing is te vinden bij de grote ingangsdeur van de Statenzaal. Op deze deur zijn sciencefiction diertjes bedekt met bladgoud. Indien u voor deze ingangsdeur staat, lijkt het echter papier mache. De kunstenaar verwijst hier naar het theater van de overheid. Bij het binnentreden van de Statenzaal zal een schouwspel volgen. Tenslotte is er nog een in het oogspringend kunstwerk, dat zich aan weerszijden van de Stateningang bevindt. Dit kunstwerk bestaat uit zes panelen, waar nader wordt ingegaan op zes thema's uit de geschiedenis van Limburg.
Bron: Website Provinciehuis.