Het gebouw


Het Bonnefantenmuseum ligt in het architecturaal interessante stadsdeel Céramique. Het gebouw van de Italiaanse architect Aldo Rossi schittert aan de skyline van Maastricht. Markant daaraan is de met zink beklede koepeltoren van het museum, de befaamde cupola. Imponerend is de beroemde Treppenstraße (trapstraat) die naar de tentoonstellingsruimten leidt. Rossi beschouwde het museum als een kijkfabriek.

Het Bonnefantenmuseum is een E-vormig gebouw van vier bouwlagen en een losstaande, gezichtsbepalende toren aan de Maas.
De hoofdentree is aan de Avenue Céramique; langs de rivier is de tweede ingang bij het Café Ipanema. Op de begane grond zijn de meeste publieksruimten: entreehal, museumwinkel, auditorium, café en torenzaal. 
De museumzalen zijn hoger gelegen: collectieopstelling op de eerste, en tijdelijke tentoonstellingen op de tweede en derde verdiepingen. Bovenin de middenvleugel is een 'prentenkabinet'. In totaal is er ruim 4.000 m² expositieoppervlakte. 

Het gebouw is opgetrokken in traditionele materialen als baksteen, natuursteen en zink om een skelet van beton en staal. Binnen is veelvuldig gebruik gemaakt van keruinghout voor de vloeren. De meest natuurlijke factor is echter het daglicht: de centrale trap is eigenlijk een overdekte straat, waar men zich half buiten voelt. Op de tweede verdieping speelt het daglicht met de kunstwerken. Bij de rondgang komt de bezoeker afwisselend door gangen langs de zuidkant en de noordkant van het centrale trappenhuis. Het lichteffect wordt verstrekt door het contrast tussen open en gesloten, dat het gebouw beheerst. De voor- en zijgevels zijn gesloten; de gevels van de centrale vleugel, die de as van het gebouw vormt, zijn open. Dit samenspel van licht en routing wordt geaccentueerd door horizontale en verticale doorkijkjes, die van het bezoek een 'promenade architecturale' maken. 

Il museo di Maastricht 


Omstreeks 1990 kreeg het Bonnefantenmuseum de mogelijkheid tot nieuwbouw op "Céramique", een voormalig industrieterrein pal aan de Maas tegenover de oude binnenstad van Maastricht. Om voor deze locatie een uitmuntend gebouw te realiseren werd Aldo Rossi benaderd, die (in de woorden van museumdirecteur Van Grevenstein) "grote beeldende inventiviteit koppelde aan een terughoudende vormentaal". Het nieuwe museum moest een beeldbepalend gebouw zijn waar de kunst optimaal tot haar recht komt. De beste oplossing daarvoor was een eigenzinnige variant op het klassieke museumgebouw: een opeenvolging van zalen met bovenlicht en zijlicht in een heldere structuur van vleugels, die om één centraal trappenhuis zijn gerangschikt.

De nieuwbouw kwam tot stand in opdracht van de Provincie Limburg, die er 40 miljoen voor had gereserveerd. In maart 1995 ging het museum open voor het publiek.
Voor Rossi toonde het museum het belang aan van openbare gebouwen voor de identiteit van de stad. Samen met het speelse onderzoek naar het typologische fundament van dit gebouw gaf hij dat idee vorm in enkele prenten en de tekst Verlust der MitteMuseumdirecteur Van Grevenstein reageerde in 1995 met een Open brief aan de architect. Over de filosofische en symbolische duiding van het gebouw schreef cultuurfilosoof Guido Goossens het boek "Bonnefantenmuseum Het gebouw" (2007). Dit boek is te verkrijgen via de webshop.
COOKIES
Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u cookies toestaan?