Peter Saul

werd geboren in San Francisco in 1934. Van 1950 tot 1952 studeerde hij aan de California School of Fine Arts en vervolgens tot 1956 aan de Universiteit van Washington.
Begin jaren zestig maakte hij werk dat in de ontwikkeling van de Pop Art een rol heeft gespeeld. 
Stripfiguren bevolken zijn taferelen. Toch is zijn werk veel schilderkunstiger van opzet dan de doorsnee Popkunstenaar. Hier kwam zijn sterk satirische karakter al naar boven. Een serie doeken als Iceboxes toont een overvloed aan artikelen, die al preluderen op onze consumptiemaatschappij, die toen nog in de kinderschoenen stond. Rond het midden van de jaren zestig verdwijnt het schilderachtige in zijn werk. 
Karikatuur, felle satire en zwarte humor nemen de overhand. 'Over the top' figuratie en maatschappijkritiek worden zijn handelsmerk. De politiek, de oorlogen in Vietnam, Korea en later Irak, moeten het ontgelden. Zo ook de wereld van de kunsten. Van Gogh, Duchamp, Pollock worden bespot net zoals Nixon, Reagan of Bush. Gewelddadigheid, overstimulering in termen van vermaak en leugenachtigheid worden ontmaskerd en met gelijke munt betaald. De heftigheid en agressie corresponderen niet met het doorsnee streven in de kunst, het appelleren naar de hang naar troost. Naar freudiaanse termen gemeten is Peter Saul een goed voorbeeld van de aanhanger van het conflictmodel, in tegenstelling tot de velen die eerder voor het harmoniemodel opteren.