< Terug
Bethan Huws
1961, Bangor (Wales) - Parijs
B.A.C.A. Europe:
Laureaat 2006: Bethan Huws
“Bethan Huws heeft een opvallend individueel en complex oeuvre. Dit varieert van discrete interventies in bestaande ruimten tot aquarellen, van kleine sculpturen en ready-mades tot allerhande tekstuele werken en 35-mm films. Centraal in haar werk staat het begrip vertalen: vertalingen van de ene taal naar de andere, tussen culturen en van ervaringen naar concepten en omgekeerd”, aldus de jury van B.A.C.A. 2006.
Bethan Huws, (1961 Bangor, Wales) studeerde aan de Polytechnische school in Middlesex en het Royal College of Art in Londen (1986-1988) en woont en werkt vanaf begin jaren negentig in Parijs. Sinds haar opmerkelijke tentoonstellingsdebuut in 1989 in Londen in de Royal College of Art en de Riverside Studios is haar werk veelvuldig geëxposeerd. Ze had onder meer solo’s in de Kunsthalle Bern (1990), de ICA in Londen (1991) en in Museum Haus Esters, Krefeld (1993). In 1997 nam ze deel aan Skulptur Projekte in Münster en een overzicht van haar aquarellen werd in 1998-99 getoond in een reizende tentoonstelling die Llandudno (Wales), Kunstmuseum Bern en het Kaiser Wilhelm Museum in Krefeld aandeed. Meer recentelijk was haar werk te zien in het Henry Moore Institute in Leeds (2001) en de Kunsthalle Düsseldorf (2003).
Bethan Huws maakt films, kleine sculpturen, ruimtelijke interventies, aquarellen, readymades en tekstuele werken. Haar keuze voor een specifiek materiaal of medium laat ze afhangen van het idee dat ze wil ontwikkelen en presenteren. In haar werk stelt Huws voorts fundamentele vragen aan de orde over de inhoud en betekenis van kunst zelf. Deze twee karakteristieke aspecten van haar werk gaan terug op het werk van conceptuele kunstenaars van de jaren zestig, zoals Richard Long en Joseph Kosuth, maar vooral op het baanbrekende werk van Duchamp, de aartsvader van de conceptuele kunst. Zijn werk en opvattingen vormen de sleutel tot dat van Huws, zoals bijvoorbeeld duidelijk naar voren komt in The Chocolate Bar (2006), een 35-mm film tjokvol toespelingen op bepaalde werken van Duchamp (waaronder het beroemde schilderij Nu descendant un Escalier uit 1912) – of in een neon-sculptuur in de vorm van een flessenrek.
Huws gebruikt de historische context als springplank en klankbord om haar eigen specifieke werken te ontwikkelen waarin ze afstand neemt van de ideologische, filosofische en kunsttheoretische pijlers die de klassieke conceptuele kunst schragen. ‘My work is not a concept’, zegt Huws, ‘not an idea, it’s not theoretical, it’s just there’. Daarmee geeft ze aan dat haar vertrekpunt voor een werk veel gewoner en aardser is, namelijk zij zelf: haar dagelijkse observaties, overpeinzingen, persoonlijke opvattingen, herinneringen en gevoelens. Ze laat als het ware haar eigen inzichten met die van haar voorgangers resoneren waardoor de toeschouwer tussen de vele verwijzingen, woordspelingen en conceptuele beeldgrapjes, nieuwe dwarsverbanden en onvermoede betekenissen ontdekt die zowel de kunst als het leven betreffen.
Een goed voorbeeld daarvan is de al eerder genoemde film The Chocolate Bar (2006) waar Duchamps seksuele ambiguïteit op de achtergrond meeklinkt: na de openingscène met een als vrouw verklede man (in traditionele klederdracht uit Wales) die een trap afdaalt, verandert de film in een burleske met auto-erotische ondertoon rondom de meerduidige begrippen ‘bar’ en ‘mars’ met de daarbij behorende Babylonische spraakverwarring.
Aspecten van kunst en leven komen ook op bijzondere wijze samen in de aquarellen die sinds 1988 ontstaan. Deze aquarellen zijn eenvoudig van opzet, precies en bondig en concentreren zich op één ding, één bevroren figuratief element. Dit ding is verwijderd van elke context, elke link tot iets anders, elke connectie ontnomen tot de dingen die we kennen als realiteit. Maar met één suggestieve penseelstreek weet Huws haar conceptuele werkmethode te verbinden aan haar autobiografie: bepaalde jeugdherinneringen, haar moeder, het leven op de afgelegen boerderij in Wales.
In de beginjaren van Huws carrière ontstaan perfecte nabootsingen van bestaande vloeren en architectonische elementen, met als meest opvallende kenmerk hun visuele onnadrukkelijkheid (die overigens in schril contrast staat met de feitelijke uitvoering die heel wat voeten in de aarde moet hebben gehad). Bijna onmerkbaar transformeren deze discrete interventies de reële ruimte tot een veel dubbelzinniger ‘plaats’ (namelijk die van de kunst).
Een goed voorbeeld van haar latere ‘economische’ werkwijze zijn de zogeheten word-vitrines die zijn geëvolueerd uit haar handgeschreven teksten en teksten op de wand. Zoals ze zelf al aangaf in 1991: ‘Working with words might be a more economical way of doing what I want to do’. Deze ouderwetse mededelingenborden bevatten complexe, poëtische en soms weemoedige teksten, die zich echter door hun functionele verpakking voordoen als huis-tuin en keukenmededelingen. Onwillekeurig betrekken we ze daarom op méér dan alleen kunst:
THERE ARE NO EASY ANSWERS.
ALTHOUGH I’D LOVE TO GIVE YOU SOME.
THERE’S NOTHING THAT WOULD PLEASE ME MORE THAN PLEASING YOU.
Het ontstaan van een kunstwerk zoals een houten vloer, film, of word-vitrine is voor Huws geen doel in zichzelf, maar vormt de aanleiding tot denken over hoe complex en geconditioneerd het menselijk denken over het beeld van de buitenwereld is. Dit betreft de kunstenaar, maar evengoed de toeschouwer. Huws werk, zoals elk geslaagd kunstwerk, ondermijnt ‘vertrouwde’ en dominante interpretaties en schuift daarvoor in de plaats een matrix van mogelijke verbanden, interpretaties en betekenissen. Daarin getuigt het werk van een politiek bewustzijn dat teruggrijpt op haar jeugd in het afgelegen Bangor in Noord Wales. Al vroeg is er het besef hoe moeilijk het is voor een kleine regio zich een plaats te verwerven ten opzichte van het dominante Groot Brittannië. Er zijn kleine maar significante culturele verschillen die zich bijvoorbeeld uiten in taal. Taal bij uitstek blijkt een instrument van uitsluiting en subtiele overheersing. Huws formele, linguïstische en filmische exploraties zijn erop gericht ons bewust te maken hoe we naar de wereld kijken en hoe sterk we de realiteit construeren, onder meer met behulp van taal.
Het werk van Huws is veelzijdig en scherpzinnig maar getuigt ook van conceptuele strengheid en poëtische onderkoeldheid. Toch roepen bepaalde werken iets op van ‘Euréka’, alsof de oplossing zich na maandenlang broeden, bam, met een klap bij de kunstenaar heeft aangediend. Dit geldt bijvoorbeeld voor een in chocolade uitgevoerde primitieve Afrikaanse sculptuur van een moeder met kind. De ongelooflijke rijkdom aan associaties die dit werk weet op te roepen kan nooit het resultaat zijn van een zuiver rationeel proces. ‘Working in the dark’ noemt Huws deze werkmethode waarmee ze zich in elk medium opnieuw lijkt uit te vinden.
De tentoonstelling
Huws eerste museale overzichtstentoonstelling van werken uit de periode 1988-2006 is niet chronologisch opgebouwd en opent met een ‘Introduction room’. De werken in deze zaal zijn divers van karakter en uit verschillende perioden: aquarellen, handgeschreven teksten, zogeheten word-vitrines, een foto van een site-specific werk en kleine sculpturen. Daarna volgen zalen waarin telkens één thema of aspect van haar werk centraal staat, waaronder film en ‘ready mades’. De tentoonstelling laat zien dat Huws’ ideeën aanvankelijk de vorm aannemen van concrete, ruimtelijke interventies maar dat ze al vroeg de mogelijkheden van taal voor haar werk ontdekt.
B.A.C.A. 2006 Europe
B.A.C.A is de nieuwe naam van de tweejaarlijkse kunstprijs die door het Bonnefantenmuseum Maastricht wordt uitgereikt aan een beeldend kunstenaar. Zoals voorgaande jaren wordt de B.A.C.A. 2006 uitgereikt aan een kunstenaar uit Europa. De prijs is bedoeld als stimulans voor kunstenaars tussen de 35 en 45 jaar wiens werk aanwijsbaar invloed heeft op het huidige discours van de hedendaagse kunst. De prijs bestaat uit een geldbedrag van € 50.000, een solotentoonstelling en een publicatie.
B.A.C.A. 2006 Europe wordt gesponsord door Océ N.V. en mede ondersteund door de Provincie Limburg en de Gemeente Maastricht.
Jury 2006
María de Corral (voorzitter) directeur 51e Biënnale van Venetië.
Charles Esche, directeur Van Abbemuseum, Eindhoven;
Julian Heynen, directeur K21, Düsseldorf;
Pawel Althamer, winnaar 2004 Award;
Alexander van Grevenstein, directeur Bonnefantenmuseum, Maastricht (non-voting).