Dossier - Marcel Broodthaers
< Terug

Marcel Broodthaers
1924, Brussel - 1976, Keulen

Marcel Broodthaers, geboren in Brussel (1924) als zoon van een maître d’hôtel, studeerde enkele jaren scheikunde. Na de oorlog besloot hij dichter te worden en publiceerde zijn eerste gedicht in 1945 in het surrealistisch georiënteerde tijdschrift Le Ciel Bleu. Broodthaers voorzag op uiteenlopende manieren in zijn onderhoud: als boekverkoper, journalist, kunstcriticus of door rondleidingen te verzorgen in het Palais des Beaux Arts. Toen ook zijn vierde dichtbundel, getiteld Pense-Bête (=geheugensteuntje, maar ook ‘denk dom’) geen doorbraak opleverde besloot Broodthaers om de resterende vijftig exemplaren gedeeltelijk in gips te gieten, samen met twee kogels, zodat ze onleesbaar en tot sculptuur waren geworden. Het was een poging tot ‘onoprechtheid’, zoals Broodthaers het zelf omschreef. 
Onoprecht omdat de beeldend kunstenaar - anders dan de dichter, die volledig trouw kan blijven aan zijn visioen omdat hij er niet voor betaald wordt – ‘handelswaar’ produceert. Hoe onbeduidend de dingen ook waren die Marcel Broodthaers vanaf dat moment tot aan zijn dood in 1976 maakte, zoals opeenhopingen van eierschalen of mosselschelpen. Of hoe miniem ook de handeling die hij verrichtte, zoals het louter zetten van zijn signatuur, alles werd onmiddellijk opgenomen in de circulatie van waren.
De transformatie van kunst in handelswaar en de macht van het museum om aan een object de waarde van kunstwerk toe te kennen zouden belangrijke thema’s in het werk van Broodthaers blijven. Volgens Marcel Broodthaers was de context voor het kunstwerk allesbepalend en was er aan dit mechanisme geen ontsnappen mogelijk. Dat een kunstwerk de beschouwer direct zou kunnen aanspreken, zonder voorkennis of culturele conditionering was een idee dat door Broodthaers radicaal werd verworpen. 
Broodthaers bezat het bijzondere vermogen om in zijn kunst ingewikkelde kwesties zoals ‘de voorwaarden voor het bestaan van beeldende kunst’ op een indringende en toch lichtvoetige en humoristische manier aan de orde te stellen. Het museum, de galerie, de signatuur, sokkel, vitrine, lijst: de leegte, de afwezigheid van inhoud is het eigenlijke thema van Broodthaers. Broodthaers: ‘Mosselen, eieren, voorwerpen zonder inhoud tenzij lucht en zonder gratie. Alleen hun schelpen benadrukken noodgedwongen de leegte. Het is het voetstuk dat men moet bekijken. In feite breng ik u de realiteit met mijn werk’.
 
Vanaf 1974 ontstaan er een reeks overzichtstentoonstellingen rond het begrip decor. In deze exposities beproefde Broodthaers met oude en nieuwe werken steeds wijzigende opstellingen. Hij legde daarmee de contextuele afhankelijkheid van betekenissen bloot en ontliep eveneens een definitieve interpretatie van zijn werk.
Van de reeks ‘decors’ verwierf het museum in 1987 L’Entrée de l’Exposition, een werk uit 1974 en een film getiteld Une seconde d’eternité uit 1970. Verder bezit het museum enkele plaquettes (ASA) getiteld M.B. (1970-1971) een collectie van 400 foto’s gemaakt in Zuid-Limburg tussen 1967-1970, enkele studies op papier, een kleine sculptuur (‘Tank’) en 79 manuscripten daterend van 1967-1974.
M.B., 1970-1971

Afbeeldingen
Collectie Bonnefantenmuseum
Studie, 1971-1974
M.B., 1970-1971
Tank, 1967-1970
Une Seconde d'eternité, 1970
Marcel Broodthaers in Zuid-Limburg (209x), 1967-1970
Porte A
L'Entrée de l'exposition (zesdelig), 1974